Om 4 uur ging de wekker al, eigenlijk had Martine de bus van 4 uur willen hebben maar dat heb ik nog weten te onderhandelen naar de bus van 5 uur. Slaperig de hele reis weer teruggemaakt naar Guyaguil. We wilden richting Peru maar waar wij die dag zouden uitkomen wisten we nog niet. Nu vertrekken er meer dan 100 busmaatschappijen vanuit het busstation dus we konden wel een bus vinden die ons richting de grens ging brengen. Beetje slaperig vonden we inderdaad een busje dat ons net over de grens ging brengen in Peru.
Even wat ontbijten en hobbelde door oneindige banenenvelden richting de grens. Martine lag te slapen en ik heb me vermaakt met karatefilms uit de jaren 80. Nog even de grens over, wat bekend staat als de gevaarlijkste grens van Zuid Amerika (en in die categorie is best pittige concurentie). Behalve een wisselkantoortje dat ons probeerde te naaien hadden we helemaal geen problemen.
De bus stopte in Tumbes, het eerste stadje over de grens. Met de tuktuk hebben we een tocht door de stad gemaakt om een pinautomaat en een bus te vinden verder richting het zuiden. Er was een klein minibusje dat vertrok naar Mancora. Er was helaas geen plek meer in de bus maar we mochten samen op de bijrijdersstoel zitten. Een mooie tocht van 2 uur langs de kust terwijl de zon aan het ondergaan was. Het maakte niet uit dat het een beetje krap was.
Na een prima nachtje haasten wij ons naar het strand. Mancora is een wereldberoemd surfoord met metershoge golven. Nu zijn we geen surfers maar toch waren we teleurgesteld toen we een volledige vlakkte oceaan zagen. We hebben de vinkeveenseplassen nog wel eens wilder gezien dan deze zee. We waren ook nog eens in het surfseizoen!
Toch konden we niet klagen hoor, we zaten in een hostel met een zwembad, hadden fantastisch weer en konden lekker eten. Het dorpje is eigenlijk alleen wat winkeltjes langs de Pan-American. Hoewel een eventureel surflesje dus in het water viel, hadden we het de eerste dagen in Peru prima.
Een nachtbusje later bracht ons in Trujillo en een taxi weer naar Huanchaco. Dit is ook een surfdorp maar dan zonder de geblondeerde trage Amerikanen maar wel weer met golven. Heel veel Peruanen waren aan het surfen en niet alleen op surfplanken, ook op van riet gemaakte bootjes. Dit zijn traditionele vissersbootjes waarmee ze al eeuwen vissen. Misschien wel de oerversie van de surfplank.
We waren niet alleen voor de golven in Huanchaco, want het is ook een prima basis om de stad Trujillo te bekijken. Wederom een koloniaalse stad en waarschijnlijk daardoor ook op de Unescowereldlijst staat (ik weet het eigenlijk niet eens, maar ga er simpelweg vanuit. Koloniaalse steden zijn ze dol op bij Unesco). Ook hebben we Chan-Chan bezocht. Dat is de grootste pre-colombiaanse stad in de Amerikanen. Dit isr van een volk waar men helemaal niets van weet. De stad is helemaal van klei gemaakt en misschien is dat niet de beste keuze om een stad eeuwen mooi te behouden.
Vanuit Trujillo sprongen we weer in een nachtbus voor een rit van 8 uur naar Huaraz, of toch niet...
Posts tonen met het label Grens. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Grens. Alle posts tonen
zaterdag 8 januari 2011
Van Ecuador naar Peru
Labels:
Ecuador,
Grens,
Mancora,
Pacific,
Peru,
Trujillo,
Wereldreis,
Zuid-Amerika
Locatie:
Máncora, Peru
woensdag 17 november 2010
Ecuador
Een verdomd makkelijke grensovergang tussen Colombia en Ecuador. Geen grensbewakers die om onduidelijke reden geld vroegen, geen ellelange wachttijden en zelfs vervelende mannetjes als geldwisselaars lieten ons links liggen. Een goedkope taxi bracht ons naar het eerst volgende dorpje waar we in de bus sprongen.
We hadden gehoord dat sommige mensen Ecuador een grote teleurstelling vinden als je uit Colombia komt. We waren benieuwd en reden langzaam over de Panamerikaanse snelweg naar Ibarra. Normaal hebben we niet echt een planning maar we wilden zaterdag in Otovalo zijn, dat is de dag dat daar een grote beroemde markt is. Aangezien we op dinsdag de grens zijn overgegaan moesten we ons een paar dagen vermaken tussen de grens en Otovalo in. Het werd dus Ibarra. Een redelijke grote stad met een koloniaals centrum. Het is niet echt toeristisch en dat vonden we wel prima.
Ibarra werd onverwacht een culinair feestje. De dag dat we aankwamen en hongerig door de straten aan het slenteren waren bleven we hangen bij een oude koeienstal waar je nu een hapje kon eten. We troffen een tapasschotel aan op de kaart en kregen kiloos kaas en liters wijn op onze tafel geserveerd. Niet verkeerd. Ook de volgende dag vonden we grote stukken chocoladetaart met goede koffie. Het enige waar Ibarra een beetje om beroemd is, is het ijs. Vroeger werd dat gemaakt met ijs van de hoge vulkanen uit de buurt, dat ijs is er niet meer maar nog steeds wordt het op een zeer tradionele manier gemaakt. In een koperen schaal en volledig met de hand wordt water en pure vruchtensap heerlijk sorbetijs.
Vanuit Ibarra zijn we nog een dagje naar San Antonio de Ibarra gegaan. Een dorpje dat wereldberoemd (?!) is om het houtsnijwerk. We hebben een beetje geneusd in de winkels en workshops. Fantastische stukken gezien waarbij we zeker een paar stukken hebben gezien die we mee naar huis wilde nemen. Toch had ik geen zin om nog 2 maanden met een stuk hout van 1,5 meter op mijn rug te lopen.
De belangrijkste reden dat we in Otovalo waren, is de beroemde markt. Deze markt stamt nog uit pre-colombiaanse tijden. Je kan hier vooral veel textiel, houtsnijwerk en ander handgemaakte dingen krijgen. Fantastisch veel kleuren en misschien hebben we wel wat souveniers gekocht :-) Daarnaast ook nog een grote eetmarkt. Ons tegoed gedaan aan verse kaasempanadas, mini maisoliebollen en uiteraard weer verse sapjes.
We hadden gehoord dat sommige mensen Ecuador een grote teleurstelling vinden als je uit Colombia komt. We waren benieuwd en reden langzaam over de Panamerikaanse snelweg naar Ibarra. Normaal hebben we niet echt een planning maar we wilden zaterdag in Otovalo zijn, dat is de dag dat daar een grote beroemde markt is. Aangezien we op dinsdag de grens zijn overgegaan moesten we ons een paar dagen vermaken tussen de grens en Otovalo in. Het werd dus Ibarra. Een redelijke grote stad met een koloniaals centrum. Het is niet echt toeristisch en dat vonden we wel prima.
Ibarra werd onverwacht een culinair feestje. De dag dat we aankwamen en hongerig door de straten aan het slenteren waren bleven we hangen bij een oude koeienstal waar je nu een hapje kon eten. We troffen een tapasschotel aan op de kaart en kregen kiloos kaas en liters wijn op onze tafel geserveerd. Niet verkeerd. Ook de volgende dag vonden we grote stukken chocoladetaart met goede koffie. Het enige waar Ibarra een beetje om beroemd is, is het ijs. Vroeger werd dat gemaakt met ijs van de hoge vulkanen uit de buurt, dat ijs is er niet meer maar nog steeds wordt het op een zeer tradionele manier gemaakt. In een koperen schaal en volledig met de hand wordt water en pure vruchtensap heerlijk sorbetijs.
Vanuit Ibarra zijn we nog een dagje naar San Antonio de Ibarra gegaan. Een dorpje dat wereldberoemd (?!) is om het houtsnijwerk. We hebben een beetje geneusd in de winkels en workshops. Fantastische stukken gezien waarbij we zeker een paar stukken hebben gezien die we mee naar huis wilde nemen. Toch had ik geen zin om nog 2 maanden met een stuk hout van 1,5 meter op mijn rug te lopen.
Vanuit Ibarra sprongen we weer in een bus en hobbelde we weer een klein stukje over de Panamerikaanse snelweg. In bijna alle landen waar we geweest zijn, hebben we over deze weg gereden, die van Alaska tot bijna de zuidpool loopt.. In Otovalo hebben we een leuk guesthouse gevonden en het kleine dorpje verkent. Het is op zich niet zo een bijster interesant dorp maar de omgeving met bergen en vulkanen is wel heel mooi. Ook de Otavaleños lopen nog heel veel in kleurrijk klederdracht.
Vanuit Otovalo hebben we dan ook een flink stuk gewandeld. Best pittig als je weer bijna op 3000m zit. Boven op een van de bergen was een opvang voor roofvogels. We hebben daar een vliegshow gezien en vriendjes gemaakt met een Andean Condor. We mochten hem helaas niet mee naar huis nemen.De belangrijkste reden dat we in Otovalo waren, is de beroemde markt. Deze markt stamt nog uit pre-colombiaanse tijden. Je kan hier vooral veel textiel, houtsnijwerk en ander handgemaakte dingen krijgen. Fantastisch veel kleuren en misschien hebben we wel wat souveniers gekocht :-) Daarnaast ook nog een grote eetmarkt. Ons tegoed gedaan aan verse kaasempanadas, mini maisoliebollen en uiteraard weer verse sapjes.
Het begin van Ecuador is zeker goed bevallen en we hoeven nog zeker niet gillend terug naar Colombia. Nu op naar Quito!
Labels:
Condor,
Ecudor,
Grens,
Markt,
Otovalo,
Vogels,
Wereldreis,
Zuid-Amerika
Locatie:
Ibarra, Ecuador
maandag 30 juli 2007
Ons eerste berichtje uit een nat Zagreb
Zoals elke reis begint mis je de eerste trein, raakt "iemand" HAAR
portemonnee kwijt en is het eerste hostel al jaren failliet.
Maarja...
(voor de bezorgde mensen: de portemonnee + inhoud zit weer braaf in onze tas)
Na een fijne rit van maar 18 uurtjes in de trein zijn we gisteren
aangekomen in Zagreb. Na een prima overstap in zowel Dusseldorf als
Munchen kwamen we enigszins brak uit de trein. Uiteraard hadden wij de
grote snurkers in onze coupé, maarja dat weet je van te voren.
Grensovergangen leverde geen problemen op en we hebben mooie
onduidelijke stempels van Slovenie en Kroatie. Vanuit de trein in de
vroege ochtend een super mooi uitzicht gehad op de bergen van
Slovenie.
In Zagreb hebben we via een ommetje toch nog een mooi hostel gevonden,
in het midden van de stad. Een mooie broeierige stad met veel
terrasjes, smalle steegjes en pittoreske kerkjes. Eerste twee dagen
hier veel gezien, biertje gedronken in het een middle-earth cafe en
prima geslapen. Vannacht nemen we de trein naar Split. Helaas geen
bedjes want die waren duizend-duur dus gewoon zitten in stoeltjes, op
dinsdagochtend om 7 uur komen we aan, waarna we onze gebroken lichamen
de heldere Adratische zee in storten.
Nu even op internet uitzoeken waar we gaan duiken en met welke bootje
we daar gaan komen.
Toudelou,
Martine + Rolf
portemonnee kwijt en is het eerste hostel al jaren failliet.
Maarja...
(voor de bezorgde mensen: de portemonnee + inhoud zit weer braaf in onze tas)
Na een fijne rit van maar 18 uurtjes in de trein zijn we gisteren
aangekomen in Zagreb. Na een prima overstap in zowel Dusseldorf als
Munchen kwamen we enigszins brak uit de trein. Uiteraard hadden wij de
grote snurkers in onze coupé, maarja dat weet je van te voren.
Grensovergangen leverde geen problemen op en we hebben mooie
onduidelijke stempels van Slovenie en Kroatie. Vanuit de trein in de
vroege ochtend een super mooi uitzicht gehad op de bergen van
Slovenie.
In Zagreb hebben we via een ommetje toch nog een mooi hostel gevonden,
in het midden van de stad. Een mooie broeierige stad met veel
terrasjes, smalle steegjes en pittoreske kerkjes. Eerste twee dagen
hier veel gezien, biertje gedronken in het een middle-earth cafe en
prima geslapen. Vannacht nemen we de trein naar Split. Helaas geen
bedjes want die waren duizend-duur dus gewoon zitten in stoeltjes, op
dinsdagochtend om 7 uur komen we aan, waarna we onze gebroken lichamen
de heldere Adratische zee in storten.
Nu even op internet uitzoeken waar we gaan duiken en met welke bootje
we daar gaan komen.
Toudelou,
Martine + Rolf
Locatie:
Zagreb, Kroatië
Abonneren op:
Posts (Atom)





















