Posts tonen met het label Apen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Apen. Alle posts tonen

zaterdag 16 oktober 2010

Van Unesco tot Unesco stad

Het begin van het einde. Zo voelde het toch een beetje toen we naar Colombia vertrokken. Ondertussen zijn we al meer dan een jaar onderweg en beginnen nu aan ons laatste rondje. Nog 3 maanden reizen en dan 'alweer' naar huis. Maar eerst nog Colombia!

Een jaar geleden hadden we nog niet echt een plan hoe we zouden reizen. We wisten dat we in de Amerika's zouden blijven en de enige landen die we niet zouden bezoeken waren de VS (hadden we geen behoefte aan maar daar zijn we nu al 3x geweest en heel enthousiast over), Haiti (onveilig, we zijn er ook niet geweest maar het scheelde niet veel) en Colombia omdat het niet veilig genoeg zou zijn. Omdat we zoveel positieve verhalen over Colombia hebben gehoord zijn we er toch naar toe gegaan. Hoewel sommige plekken nog heel onveilig zijn is het prima te doen om in dit land rond te reizen.

We vlogen naar Cartagena. Uiteraard hadden we weer wat gezeur op het vliegveld met Spiritair. Hetzelfde gezeur dat we ook al hadden toen we naar de Dominicaanse vlogen. We hadden geen retourticket. Wel hadden we een ticket op 12 december dat we vanuit Peru terugvliegen. Na veel gebel en nadat er een manager bij was gekomen mochten we toch inchecken en wel alleen maar omdat we vanuit Peru terugvliegen met Spiritair. Het ruikt heel erg naar beleid om mensen te weigeren zodat we een duur retourticket moeten kopen. Gelukkig konden wij richting de gate.

In Cartagena eerst een rondje gelopen om een hostel te vinden. Dat gaat nu een stuk prettiger zonder de duikspullen in de tas. Uiteindelijk een prima bedje gevonden in een hostel midden in de oude stad. Cartagena heeft een mooi oud koloniaals centrum en rondom het oude centrum staan nog de oude stadsmuren. De straten lopen kriskras door elkaar en we zijn 3 dagen verdwaald geweest tussen alle historische gebouwen en de huisjes die geschilderd waren in de meest vrolijke kleuren. De oude stad staat op de Unesco werelderfgoedlijst.






De dag dat we aankwamen regende het. Dat is ook niet zo vreemd want oktober is middenin het regenseizoen. Toch hadden wij geluk, want het schijnt de weken voordat wij aankwamen ongeveer de ergste weken ooit te zijn geweest met regen. Wij hadden nog wat regen in de nacht maar overdag was het mooi weer. Heel mooi weer zelfs. Ruim 35 graden en dan met een luchtvochtigheid van 100% is het er erg heet.

We konden vanuit Cartagena meerdere uitstapjes doen. We waren eigenlijk van plan om naar Islas de Rosario te gaan, misschien wel om te duiken. Toch hebben we besloten dit niet te doen omdat het zoveel had geregend. Duiken of snorkelen na zoveel regen heeft weinig zin als je niets kunt zien, zoveel hebben we wel geleerd na al die maanden in de Dominicaanse. Toch hebben we wat bijzonders gedaan, we zijn gegaan naar de Volcan de Lodo El Totumo. Deze vulkaan spuwt geen vuur, lava en as maar zit vol met... modder. Een ultra-rare belevenis om rond te dobberen in modder. Je probeert je te bewegen maar dan lijk je net zo onhandig als iemand die voor het eerst een gaat duiken. Volledig geen evenwicht en voortbewegen is bijna onmogelijk. Het was erg komisch en naar het schijnt ook nog goed voor je te zijn. We hebben nog wat gezwommen in een lagune om het modder er weer af te krijgen.



De dagen na de vulkaan zijn we nog in Cartagena gebleven. We zijn rond blijven hangen in de stad zoals een dagje naar Bocagrande. Een wijk ten zuiden van de oude stad vol met hotels, nachtclubs en... strand. Lekker een middagje spelen in hoge golfen.Omdat het de afgelopen weken zoveel geregend had was ook het zeeniveau belachelijk hoog. De eerste straat naast het strand was al helemaal overstroomd. De Hollandse genen springen dan automatisch op code red, maar gelukkig ligt Colombia een stukje hoger dan zeeniveau.

Dan ook nog rondgedwaald in de oude slavenbuurt van Getsemani. Ook een koloniaalse wijk maar in een slechtere staat. Wel zijn daar veel eet-en fruitstalletjes. Bij toeval liepen we daar dwars door een park, dat park was een beetje een beestenboel. Er zaten 2 gieren geduldig te zitten en er liep nog een grote draak rond.
Martine werd erg zenuwachtig dat ik zo dichtbij kwam, volgens mij zolang ik geen karkas ben weing van gieren hoef te vrezen. Groot waren ze wel.
En dan was er nog het streetfood. Er zijn in de stad honderen kleine stalletjes waar je eten kan kopen. De meerderheid van de stalletjes is met fruit. Je kan er verse ananas, mango, passievrucht (mmmmmm) of papaja krijgen. Stalletjes met schaafijs met versie limoensap, vers geperste sinasappelsap of een volledige vruchtensalade of vruchtenbowl. Dan is er zelfs voor de vegetarier genoeg hartige snacks. Zo is daar en Arepa, een maïspannenkoek met boter en kaas of gewoon een maiskolf. Ook kan je nog empanada's kopen, een (mais)deegflapje met groenten of kaas (of vlees). Genoeg om goedkoop, godsgruwlijk lekker en compleet gevuld de dag door te komen.

De kaas Arepa


Dat waren de eerste dagen in Zuid-Amerika en ze bevielen erg goed. Een hele mooie stad, een geinige trip naar de moddervulkaan en lekker lopen dwalen en eten door de oude straten. Nog een paar foto's van Cartagena en de omgeving:



Toch moest Cartagena weer verlaten worden. We zouden eerst naar Santa Marta/Tapanga gaan om te duiken maar door het slechte weer hadden we bedacht het duiken maar over te slaan in de Caribische Zee. We willen graag duiken in de Pacifische zee, maar waar wij heen willen gaat geen weg naar toe, of eigenlijk gaat er wel een weg maar dat is de meest gevaarlijke weg in Colombia dankzij Tanja en haar vrienden. We kijken nog steeds naar de opties. Gelukkig zijn er nog genoeg andere bijzondere dingen in Colombia en gaan we op weg naar de Andes. Tussen Cartagena en de Andes zagen wij nog een heel klein bijzonder stipje op de kaart van Colombia. Mompox!

Mompox staat ook op de Unesco werelderfgoedlijst en heeft ook een koloniaals karakter maar dan zijn de overeenkomsten ook wel voorbij met Cartagena. Terwijl Cartagena in totaal ruim 1 miljoen inwoners heeft, heeft Mompox een schattige 30.000 inwoners. Dus geen grote stad met imponerende stadmuur maar een klein dorpje dat vooral heel rustig en stil is. Ook wordt het niet zo overlopen door toeristen als Cartagena. Er waren maar een handjevol toeristen in de stad op het moment dat wij er waren. Dit komt voornamelijk omdat het heel erg lastig is om in Mompos te komen.

Mompos kan niet bereikt worden met een reis overland. Het ligt tussen 2 grote rivieren zonder bruggen. We vertrokken om freaking vroeg vanuit ons hostel om naar de busterminal te gaan. Het vliegveld ligt ongeveer midden in de stad, maar het busstation is ruim een half uur (als het rustig is) met de taxi. Een bus genomen naar een stadje om daar in een chalupa (klein bootje met veel te grote motor) te springen. Toen we uit het bootje kwamen, vonden wij een jeep die ons naar Mompos wilde brengen. Er was geen plek in de Jeep meer, maar hij had een laadbak dus hobbelde we achterin de jeep richting Mompos.

Terwijl we in de jeep zaten, zagen we dat het regen van de afgelopen weken zijn tol had geeist. Er stonden heel veel huizen onderwater en ook de weg stond grote delen onderwater. Doordat het water zo hoog stond was het erg druk op de weg, dat een stukje hoger lag dan de rest van het land, met mensen en heel veel beesten. Op en langs de weg zagen we varkens, biggen, koeien, gieren feestend op een dode koe, geiten en hongerige honden. Na bijna een uur hobbelen kwamen in Mompox aan.





Mompos is relax. Heel relax. Het is beroemd om de houten schommelstoelen die hier gemaakt worden en dat is wel typerend voor het stadje. Een beetje in de schommelstoel naast de rivier zitten. Het leek een beetje alsof je middenin Huckleberry Finn of Gone With the Wind was beland.

We hebben het mooie oude stadje bekeken, de mooie kerken en het hoogtepunt -allicht wat macaber- de mooie begraafplaats. Overdag konden we niet veel verkennen want tussen 9 uur 's ochtends en 7 uur 's avonds was het te warm om te bewegen. Een wandeling van 100m stond gelijk aan 1 liter zweet. Ik heb het zelfs in de woestijn niet zo heet gehad. Daarom overdag op de schommelstoel zitten en in de hangmat hangen en meer 's avonds door het stadje lopen. In de avond kwamen ook de mensen uit Mompos uit hun schommelstoel en verzamelde rond een van de pleinen. Ook hier kwamen weer veel eetstalletjes te voorschijn en veel vriendelijk mensen die allemaal een babbeltje met ons wilde maken.

Ook in het dorp was het een beestenboel. Er waren veel zwerfhonden maar nog meer grote iguanas. Daarnaast liep er een grote big rond in de stad (en volgens onze Engelse hosteleigenaar konden ze hier nog geen fatsoenlijke bacon maken) en liepen er een paar ezels rond in de stad. Deze ezels konden ontkomen van de eigenaar voordat ze gebrandmerkt waren. Voordat de eigenaar ze teruggevonden hadden, hadden ze een verkeerschaos veroorzaakt. Omdat de eigenaar op moest draaien voor de schade, wist hij opeens nergens meer vanaf. Dus waren het vrije ezels geworden en lopen er nu sinds 5 jaar 2 ezels door de stad. Ook zijn er geregeld brulapen in het dorp.

We sliepen in La Casa Amarilla (het gele huis). De dag dat wij aankwamen waren daar ongeveer alle hosteleigenaren uit Colombia voor een vergadering aanwezig. We konden mooi het afsluitende feest meepakken en gelijk contacten leggen voor het vervolg van onze reis. We zaten sowieso in een fijn hostel met een eignaar die leuke verhalen kon vertellen. Jammer alleen van die matrassen....





We hebben in hostel een Duits echtpaar ontmoet dat al 3 jaar 'rond de wereld' aan het varen was, maar eigenlijk nog niet verder zijn gekomen dan de Caribbische zee. We hebben met hun samen een bootje gehuurd om door het moeras te varen. We voeren over grote rivieren maar soms door stukken waar je het water niet kon zien. Een tocht van ongeveer 3 uur en hebben miljoenen vogels gezien, waaronder de witte reiger en roofvogels als de grote arend. Ook weer veel Iguana's, waarvan sommige zeker groter waren dan een meter. Ook bezochten we nog een boederij en op de terugweg, terwijl we een mooie zonsondergang hadden, zagen we nog een groep brulapen.




 Zoek de Iguana
 Aapje in de boom

Na 3 dagen Mompos en 350 muggenbeten begonnen we aan een hele lange reis naar Bucaramanga...
We vinden Colombia leuk! We weten nu al dat we hier "te" lang gaan blijven en daardoor het maar een kort bezoek wordt aan Peru maar we willen nog zoveel zien in Colombia dat we hier makkelijk 2 maanden zouden kunnen blijven.

zondag 27 december 2009

Canadaberichten komen eraan, rustig aan... eerst dit

Na een zeer kort laatste nachtje in Playa del Coco sprongen we om 3 uur 's nachts vrolijk uit ons bed. Er zou eventueel een bus gaan die ons misschien ergens zou kunnen afzetten waar mogelijk een bus zou langskomen die ons waarschijnlijk op ons eindpunt zou kunnen afzetten. Om 4 uur in de nacht stonden we bij het centrale park in Playa de Coco en zowaar kwam er een bus. Er staan nergens bustijden vermeld en ook het internet is een waardeloze bron voor de bustijden dus het was even spannend of er een bus zou komen. De bus had als eindbestemming San Jose maar wij wilden nog niet naar de hoofdstad. Ons doel was Monteverde dat erg slecht te bereiken is. Er gaan 3 onverharde wegen naar Monteverde en vanuit verschillende plaatsen in Costa Rica gaan er ongeveer 4 bussen per dag naar Monteverde. Wij hebben ons door onze bus laten afzetten langs de snelweg bij een van de weggetjes naar Monteverde. We stonden daar al voor 6'en en volgens onze berekeningen moest er ongeveer om 9 uur een bus langskomen die naar Monteverde zou gaan, dus we mochten ons 3 uur vermaken langs de snelweg. Vanaf half 9 hebben we elke bus tegengehouden die we zagen en na een uur bussen tegenhouden begonnen we ons toch zorgen te maken. Gelukkig kwam er iets na half 10 een bus waar Monteverde op stond. Hatsa! En na 3 uur hobbelen waren we weer in de bergen.

We waren in Santa Elena, het dorpje in de buurt van het natuurreservaat 'Reserva Biológica Bosque Nuboso Monteverde'. Dit is een tropisch nevelwoud, een variant op het tropische regenwoud. Het is een nevelwoud omdat het hoger ligt dan 1500meter en daardoor eigenlijk altijd in de wolken ligt. Het moment dat we aankwamen voelde we dat gelijk. Het regende niet echt maar alles was nat. Een raar fenomeen.
Monteverde staat vooral bekend om de diversiteit aan flora en fauna. Vooral de Quetzal, een mooie gekleurde vogel met een lange staart, wordt hier geregeld gespot. Wij hebben deze vogel niet gezien maar wel genoeg andere gekke beesten en planten. We begonnen met een nachtwandeling waar we onder andere tarantula's, toucans (hoewel de meeste mensen van de wandeling de ooohs en aaahs niet voor zich konden houden, blijft deze vogel bij mij geconditioneerd aan appelmoes met een kers), mega sprinkhanen, kikkertjes maar vooral met een hels kabaal van de jungle. Geen idee wat voor beesten ik allemaal hoorde in een pikdonker jungle, maar dat was erg indrukwekkend.

Maar ook gewoon overdag door het park lopen was indrukwekkend genoeg. We hoopten een luiaard tegen te komen maar helaas hebben we die niet gevonden. Wel nog wat verschillende apen en wat dassen en vooral een groot en nat bos.
En wat vrolijke beestjes in de bossen tegengekomen:Een paar tarantula's! Zo in het bos is dat erg cool, maar het werd wat vervelender toen we er eentje aantroffen in onze badkamer in onze cabana. Deze moesten we toch even wegwerken!!!
Een mega pad
Dit vrolijke ding is een pijlgifkikker. Deze naam komt omdat de Indianen dit kikkertje gebruikten voor het gif voor hun pijlen. Nogal een giftig ding.
Slang!

Na wat dagen op hoogte zouden we eigenlijk naar Tortuguero aan de Caribische kust gaan om schildpadeieren uit te zien komen en te kayakken door een mini-amazone. Omdat Monteverde erg afgelegen ligt en Tortuguero nog veel moeilijker bereikbaar is (gaan geen wegen heen) hebben we besloten dat maar over te slaan. Het zou ons minimaal 2,5 dag reizen kosten terwijl we nog maar minder dan een week in Costa Rica hadden. Daarom besloten we om naar Quepos te gaan. Dat was maar een volle dag bussen, met een paar uur overstap in Puntarenas (iemand Sharkwaters gezien? DIE stad dus). Van hoog, koud en vochtig naar warm en aan zee!
We waren toch weer terug aan de Pacifische kust. Dit keer een stuk zuidelijker dan Playa del Coco. Midden in surfgebied met flink golven maar vooral ook weer een natuurgebied: Manuel Antonio Park. Helaas stikt het ook weer van de Amerikaane Resorts en wordt het allemaal erg duur. Daarom zaten wij in Quepos en niet in Manuel Antonio zelf. Dit stadje is op zich geen ene drol aan maar we hadden wel een hostel met een zwembad.
Het natuurpark was klein maar fantastisch. Het ligt direct aan zee en je komt op -tamelijk- verlaten strandjes. Als je vanuit de jungle op zo een verlaten strandje komt verwacht je eigenlijk ook de wrakstukken van Oceanic flight 815 (kijk Lost!).



Het werd helemaal bijzonder door de vele wilde dieren die we tegen zijn gekomen. Het begon al met een wild hert, een groep brulapen (die hun naam eer aan deden), leguanen, witsnuitneusberen en op het strand kwam een nieuwsgierige groep kapucijnenapen tegen. En later weer een groep van 20 van deze apen.
Na enkele dagen in Quepos en Manuel Antonio (waarvan we te veel dagen hebben moeten schuilen voor grote regenbuien) was het tijd om naar San Jose te gaan. De hoofdstad van Costa Rica en, voor nu, ons eindpunt van onze reis door Centraal Amerika.
Weer een hostel gevonden met zwembad. We hadden 3 nachtjes geboekt en zouden eigenlijk nog een dagje een trip maken naar een vulkaan, natuurpark of gaan raften op een rivier maar eigenlijk beviel San Jose ons wel en zijn we alleen in San Jose gebleven.
Veel mensen, andere hostels en onze reisgids waarschuwen voor San Jose als een grote nare stad maar waarschijnlijk hadden we even behoefte aan een grote stad. Wij vonden het wel even fijn. Ook konden wij ook ons goed voorbereiden op Canada door wat warme kleren te kopen, reisgids te kopen en de eerste slaapplaats te regelen.
En na 3 nachtjes was het zover! Einde Centraal Amerika, op naar het volgende avontuur! Op naar Canada!