Wel of niet naar de kust? Nou wél naar de kust maar niet in één keer. Vanuit Baños eerst maar eens naar Cuenca in het zuiden van Ecuador. Een uur of 9 in de bus langs wederom mooi bergen. 9 Uur is lang, maar beter dan in een keer door naar de kust. Op het moment dat we wegreden zagen we vulkaan Tungurahua nog afscheid van ons nemen door nog flink wat as de lucht in te schieten.
Cuenca is de derde stad van Ecuador met jaja, wederom een mooie koloniaalse binnenstad. En wederom staat het ook op de Unescolijst. Schijnbaar zijn ze bij Unesco nogal dolletjes op Koloniaalse steden. Een taxi reed ons naar onze guesthouse waarna we een beetje door de stad zijn gelopen. Na 9 uur in de bus hadden we honger en we hadden gelezen over een restaurant met een microbrouwerij. Helaas bleek dat een fiasco maar een pizzatentje daarnaast had de grootste pizzas ooit, een pizza was eigenlijk te veel voor 2 personen.
De binnenstad was inderdaad heel erg mooi, bovendien werkte het weer ook mee. Hoewel Cuenca op hoogte ligt (ruim 2500m) was het mooi zonnig en daardoor best warm. Na een dagje rondlopen kregen we zowaar weer wat kleur en na een lange dag rondlopen hadden we wel een bioscoopje verdiend. Na grondig speurwerk (een bios hoort toch op de bovenste verdieping van een mall te zijn, niet in de kelder...) bleek de nieuwe Harry Potter film in het spaans gedubbed te zijn. Allicht konden we het prima volgen, maar het risico dat we flauw en irritant zouden worden was iets te groot (avadaos kadabaros??).
Na 2 nachtjes Cuenca zijn we op weg gegaan naar de kust, toch eerst nog een tussenstop in Guayaquil. Na 4 uur bussen hadden we er genoeg van om in de bus zitten en zijn we een nachtje in Guayaquil gebleven. Dit is de grootste stad van Ecuador met een nogal beruchte reputatie. Het is een grote havenstad met ruim 3 miljoen inwoners. Een hostel met zwembad in een leuke wijk had ons verleid om daar een nachtje te blijven. Voor 25c hadden we een bus naar het centrum en we hadden vooralsnog simpelweg niets te klagen.
We begonnen onze wandeling in Parque Bolivar waar tientallen Iguana aan het loungen waren. Grote prehistorische monsters zo middenin een megagrote stad, een bijzondere verschijning. Een heel stuk over de boulevard gelopen waarna we een groot modern IMAXtheater vonden met... Harry Potter. Helaas was het wederom in het spaans gedubbed. Als het in de grootste stad al niet in het Engels kan, dan gaat het voorlopig ook gewoon niet lukken. Nog een paar weken voordat we in de VS zijn.
Dan nog maar verder lopen over de boulevard, door wat parken en we hebben de bijna Disney volmaakte gerestaureerde wijk Las Peñas bekeken voordat we terug naar ons hostel gingen.
Op het moment dat we waren ingechecked had de oude man gezegd dat het die avond ´partynight´ was in het hostel. Nu zagen wij 4 andere gasten waarvan in ieder geval een ander Canadees stel ook niet echt in partymood was. Dus wij dachten dat het partyidee wel een stille dood zou sterven. Begin in de avond was er nog een ander vrouwtje dat bezorgd vroeg of wij misschien van kamer wilden ruilen want we lagen direct naast de bar waar de party zou zijn. Nu kregen wij een mooiere kamer voor dezelfde prijs dus vonden we verhuizen wel een goed idee. Rond een uur of 8 werd er een volledige PA-systeem naar binnengesjouwd en vroeg ik me echt af wat ze van plan waren... Het bleek dat ze de hele buurt hadden uitgenodigd en tot na 5 uur keiharde muziek hadden. We hadden amper een oog dichtgedaan en zijn zodra het licht was vertrokken. We zijn zonder te betalen weggelopen, ze waren toch allemaal te dronken of te katerig om dat door te hebben.
We vertrokken in een bus naar JipiJapi om daarna toch echt naar de pacifische kust te gaan.
Posts tonen met het label Koloniaals. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Koloniaals. Alle posts tonen
donderdag 2 december 2010
Met een hinkstapsprong naar de kust
Labels:
Cuenca,
Ecuador,
Guayaquil,
Isla de la Plata,
Koloniaals,
Pacific,
Puerto Lopez,
Unesco,
Wereldreis,
Zuid-Amerika
Locatie:
Cuenca, Ecuador
donderdag 11 november 2010
Zuid Colombia
De groene koffievelden achter ons latend zijn we nog meer naar het zuiden getrokken. Nu is Colombia nog niet echt ontdekt door het toerisme, maar het zuiden van Colombia is al helemaal van de begaande paden af. We trokken eerst naar Popayan. Weer een lange zit in de bus voordat we in dit Koloniaalse stadje aankwamen. We hadden nog een lange tussenstop in Cali, de salsa en cosmetische chirurgie hoofdstad van Colombia. Aangezien we niet kunnen dansen en geen botoxje nodig hebben, hebben we alleen het busstation van Cali gezien.
We waren op 1 november in Popayan en het was uitgestroven. Het was een maandag dus niet echt een dag dat alles dicht zou zijn. Waarschijnlijk vierden ze Allerzielen met een vrije dag. Popayan is een redelijk mooi koloniaals dorp met mooie witte huizen. Helaas kon Popayan na zoveel koloniaalse dorpen en steden het afgelopen jaar (San Cristobal, Antigua, Granada, Santo Domingo, Cartagena, Mompos...) niet echt schitteren.
Een vegetarische maaltijd bij een christelijke instelling (lezen jullie wel de bijbel? uh...natuurlijk), een tocht naar een standbeeld boven op de berg voor een mooi uitzicht, 8 rondjes door de stad, film kijken en zelf lekker koken. Zo zou ik de 2 dagen in Popayan kunnen samenvatten. We hadden nog naar de indianenmarkt van Silvia kunnen gaan, maar omdat we in Ecuador ook al van plan zijn naar 1 of 2 markten te gaan willen we daar een overschot in voorkomen. In plaats daarvan hebben na al het wandelgeweld in de koffiezone ook gewoon een beetje uitgerust.
De volgende trip ging naar San Augustin. Nadat de hopeloos verlate bus eindelijk aan kwam rijden zat de bus heel erg vol, en stonden er ook nog eens veel mensen te wachten om het kleine busje in te gaan. Martine was snel de bus ingeglipt om 2 stoelen te claimen. Het werden twee stoelen op de achterste rij. Ik probeerde onze tassen mee te krijgen in de bus. Er moesten ook zakken soja, een bureaustoel, een volledig bed (!) en van iedereen 1 of 2 grote tassen mee. Nu was de bagageruimte niet veel groter dan dat van een Suzuki Alto dus dat werd nog spannend. De chauffeurs waren aan het passen en meten en elke cm2 werd gebruikt. Onze tassen gingen als laatste in de bus, omdat wij niet naar het eindpunt gingen. Dit werd met zoveel geweld in het te kleine plekje geramd dat ik daar niet vrolijk van werd. Zo niet vrolijk, dat ik op een gegeven moment blij was dat ik spaans op de Dominicaanse Republiek heb geleerd. Daardoor bestaat mijn vocabulair grotendeels uit scheldwoorden. Nadat ik klaar was met mijn tirade (en zowaar hij begreep het) deed hij net iets voorzichtiger. Nadat ik me mijn stoel had gewerkt tussen Martine en een Colombiaanse boer begon onze 6,5 uur durende reis over voornamelijk onverharde werg. Er waren niet genoeg stoelen voor iedereen, maar de chauffeur had nog wat klapstoeltjes en die werden in het gangpad gezet zodat er nog 3 mensen extra meekonden. De bus reed zigzaggend om de grootste stenen en gaten te ontwijken. Toch hadden we af en toe vluchtmomenten in de bus waar Hans van Zetten enthousiast over zou worden. Nu was het akelig krap en een lange rit. Toch was het wederom een mooie rit. Verschillende hele grote watervallen gezien en een mooi berglandschap.
In San Augustin hadden we een bijzonder slaapplaats op het oog, dit keer geen pension, hostel of guesthouse. We blijven slapen op een ecoboederij. Op deze boederij staan verschillende hutjes waar je in kan overnachten. We liggen onder een muskietennet want 's nachts stikt het van de beestjes. Handgrote motten, sprinkhanen, torren, muggen en ander geflader. Ook vormen verschillende beesten 's nachts een oorverdovend orkest. Ik vind het heerlijk en slaap prima. Tussen de hutten lopen de paarden, kippen en de grote hondenfamilie met puppies. Er wordt zelf brood, yoghurt en kaas gemaakt op de boederij en bovendien weer een mooi uitzicht over al het groen in de omgeving. We zitten dus niet het dorpje zelf maar daar een paar kilometer buiten, boven op een berg.
De groene heuvels rond San Agustin werden al eeuwen voor de ontdekking van Amerika bewoond door een raadselachtig volk.Hoewel deze cultuur waarschijnlijk al voor de komst van Columbus was verdwenen, staan tot op de dag van vandaag heel veel beelden van dieren en monsters in de buurt van San Agustin. Wij hebben een dagje flink gelopen om deze beelden te bekijken. Ik kon niet voorkomen dat ik de beelden vaak op Pokemonfiguren vond lijken.
We hebben nog een dagje geluierd op de boederij, gelezen, in het zonnetje gelegen en uiteraard lekker gegeten voordat we de volgende dag onze reis weer voortzette. Hoewel voortzetten? We moesten weer terug naar Popayan. dus weer in zo een busje en 6,5 uur over overharde paden. We zaten iets beter dan op de heenweg maar ook nu was de bus weer overvol en moesten er ook nog wat kippen, een haan en een hond mee in de bus.
We wilden vanuit Popayan gelijk door naar Pasto, maar helaas kwamen we pas rond 2 uur aan in Popayan. Er wordt aangeraden om niet in het donker de bus naar Pasto te nemen. Dit keer niet alleen om guerilla´s maar meer voor ´gewone´ bandieten. Aangezien de busrit ongeveer 5 uur duurt, bleven we voor nog een nachtje in Popayan om dan de volgende dag maar naar Pasto te gaan.
Pasto is de laatste stad voor de grens van Ecuador. Ons reisgidsje kon weinig positiefs noemen over de stad maar wij vonden het een prima stadje (met een heerlijk mexicaans restaurant). We hadden niet veel keuze voor een slaapplaats. Het was of een Inn met de volgende beschrijving: "The hot water (a necessity in chilly Pasto) is intermittent, the toilents have no seats, the streetside rooms are noisy, the staff can't be relied on for tourist advice, and the hotel uses a floor wax that smells like a chemical factory." Of een hotel die ook kamers per uur (juistem) verhuurde. Het werd toch het eerste en het viel alles mee. We zijn nog een dag naar een vulkaanmeer gegaan, in dit meer is een klein eilandje waar een bijzondere fauna is. Lekker gevaren in een klein bootje en gewandeld over het eiland.
Onze laatste avond in Pasto kregen we nog materiaalpech. Onze laptop is helaas overleden. De laptop ging uit en startte niet meer op. Er kwam een rare brandlucht uit de computer wat meestal niet zulk goed nieuws is. Het is een beetje vervelend maar geen wereldramp.
Na 2 nachten in Pasto gingen we dan eindelijk Colombia verlaten. Toch hebben we nog en klein omweggetje gemaakt. Eerst met de bus naar Ipiales. In de buurt van Ipiales heb je nog een heel bijzondere kerk dat we graag wilden zien. Wij naar een taxichauffeur en onderhandeld zodat hij ons naar de kerk bracht, daar een uur zou wachten en dan ons naar de grens met Ecuador zou brengen. De vraag is natuurlijk of je dan een taxichauffeur kan vertrouwen of dat hij niet wegrijdt met je tassen want we lijden zoals alle reizigers aan het BSA (backpack serperation anxiety). Gelukkig is het helemaal goed gegaan en hebben wij de hele bijzondere kerk die over een gorge is gebouwd kunnen bekijken.
Daarna heeft de taxichauffeur ons keurig bij de grens afgezet en begint ons Ecuador avontuur...
Dat waren dan alweer 5 weken Colombia. We hebben ruim 9 weken de tijd in Zuid Amerika ende planning was om 3 weken Colombia, 3 weken Ecuador en 3 weken Peru door te brengen. Colombia heeft ons verleid om hier al veel meer tijd door te brengen, waardoor we bijna geen tijd hebben om Peru te zien. We vinden het wel prima en zo langzamer reizen bevalt ons goed. Colombia is een heel erg mooi land dat alleen bekend staat om de slechte verhalen (drugs, guerrilla, ontvoeringen) en daardoor nog niet echt veel toeristen trekt (en bijna geheel geen Amerikanen en in verhouding best veel Nederlanders overigens). Het is een super mooi land met heel erg vriendelijke mensen. Met onze vijf weken hebben we nog steeds maar een klein gedeelte gezien van het land. Je kan ook niet alles zien in een land dat net zo groot is als Frankijk, Spanje en Portugal samen. Daarom hebben wij wat dingen moeten overslaan zoals hele stukken aan de Caribische kust, de Pacifische kust (dat nu nog te onveilig en/of te duur is om te komen), het Amazonegebied, grote stukken Andes en steden als Medellin en Cali. Colombia staat zeker in de top 3 van landen waar ik ooit geweest ben en een hoogtepunt uit onze -al ruim 13 maanden duurdende - reis.
We waren op 1 november in Popayan en het was uitgestroven. Het was een maandag dus niet echt een dag dat alles dicht zou zijn. Waarschijnlijk vierden ze Allerzielen met een vrije dag. Popayan is een redelijk mooi koloniaals dorp met mooie witte huizen. Helaas kon Popayan na zoveel koloniaalse dorpen en steden het afgelopen jaar (San Cristobal, Antigua, Granada, Santo Domingo, Cartagena, Mompos...) niet echt schitteren.
Een vegetarische maaltijd bij een christelijke instelling (lezen jullie wel de bijbel? uh...natuurlijk), een tocht naar een standbeeld boven op de berg voor een mooi uitzicht, 8 rondjes door de stad, film kijken en zelf lekker koken. Zo zou ik de 2 dagen in Popayan kunnen samenvatten. We hadden nog naar de indianenmarkt van Silvia kunnen gaan, maar omdat we in Ecuador ook al van plan zijn naar 1 of 2 markten te gaan willen we daar een overschot in voorkomen. In plaats daarvan hebben na al het wandelgeweld in de koffiezone ook gewoon een beetje uitgerust.
De volgende trip ging naar San Augustin. Nadat de hopeloos verlate bus eindelijk aan kwam rijden zat de bus heel erg vol, en stonden er ook nog eens veel mensen te wachten om het kleine busje in te gaan. Martine was snel de bus ingeglipt om 2 stoelen te claimen. Het werden twee stoelen op de achterste rij. Ik probeerde onze tassen mee te krijgen in de bus. Er moesten ook zakken soja, een bureaustoel, een volledig bed (!) en van iedereen 1 of 2 grote tassen mee. Nu was de bagageruimte niet veel groter dan dat van een Suzuki Alto dus dat werd nog spannend. De chauffeurs waren aan het passen en meten en elke cm2 werd gebruikt. Onze tassen gingen als laatste in de bus, omdat wij niet naar het eindpunt gingen. Dit werd met zoveel geweld in het te kleine plekje geramd dat ik daar niet vrolijk van werd. Zo niet vrolijk, dat ik op een gegeven moment blij was dat ik spaans op de Dominicaanse Republiek heb geleerd. Daardoor bestaat mijn vocabulair grotendeels uit scheldwoorden. Nadat ik klaar was met mijn tirade (en zowaar hij begreep het) deed hij net iets voorzichtiger. Nadat ik me mijn stoel had gewerkt tussen Martine en een Colombiaanse boer begon onze 6,5 uur durende reis over voornamelijk onverharde werg. Er waren niet genoeg stoelen voor iedereen, maar de chauffeur had nog wat klapstoeltjes en die werden in het gangpad gezet zodat er nog 3 mensen extra meekonden. De bus reed zigzaggend om de grootste stenen en gaten te ontwijken. Toch hadden we af en toe vluchtmomenten in de bus waar Hans van Zetten enthousiast over zou worden. Nu was het akelig krap en een lange rit. Toch was het wederom een mooie rit. Verschillende hele grote watervallen gezien en een mooi berglandschap.
In San Augustin hadden we een bijzonder slaapplaats op het oog, dit keer geen pension, hostel of guesthouse. We blijven slapen op een ecoboederij. Op deze boederij staan verschillende hutjes waar je in kan overnachten. We liggen onder een muskietennet want 's nachts stikt het van de beestjes. Handgrote motten, sprinkhanen, torren, muggen en ander geflader. Ook vormen verschillende beesten 's nachts een oorverdovend orkest. Ik vind het heerlijk en slaap prima. Tussen de hutten lopen de paarden, kippen en de grote hondenfamilie met puppies. Er wordt zelf brood, yoghurt en kaas gemaakt op de boederij en bovendien weer een mooi uitzicht over al het groen in de omgeving. We zitten dus niet het dorpje zelf maar daar een paar kilometer buiten, boven op een berg.
De groene heuvels rond San Agustin werden al eeuwen voor de ontdekking van Amerika bewoond door een raadselachtig volk.Hoewel deze cultuur waarschijnlijk al voor de komst van Columbus was verdwenen, staan tot op de dag van vandaag heel veel beelden van dieren en monsters in de buurt van San Agustin. Wij hebben een dagje flink gelopen om deze beelden te bekijken. Ik kon niet voorkomen dat ik de beelden vaak op Pokemonfiguren vond lijken.
We hebben nog een dagje geluierd op de boederij, gelezen, in het zonnetje gelegen en uiteraard lekker gegeten voordat we de volgende dag onze reis weer voortzette. Hoewel voortzetten? We moesten weer terug naar Popayan. dus weer in zo een busje en 6,5 uur over overharde paden. We zaten iets beter dan op de heenweg maar ook nu was de bus weer overvol en moesten er ook nog wat kippen, een haan en een hond mee in de bus.
We wilden vanuit Popayan gelijk door naar Pasto, maar helaas kwamen we pas rond 2 uur aan in Popayan. Er wordt aangeraden om niet in het donker de bus naar Pasto te nemen. Dit keer niet alleen om guerilla´s maar meer voor ´gewone´ bandieten. Aangezien de busrit ongeveer 5 uur duurt, bleven we voor nog een nachtje in Popayan om dan de volgende dag maar naar Pasto te gaan.
Pasto is de laatste stad voor de grens van Ecuador. Ons reisgidsje kon weinig positiefs noemen over de stad maar wij vonden het een prima stadje (met een heerlijk mexicaans restaurant). We hadden niet veel keuze voor een slaapplaats. Het was of een Inn met de volgende beschrijving: "The hot water (a necessity in chilly Pasto) is intermittent, the toilents have no seats, the streetside rooms are noisy, the staff can't be relied on for tourist advice, and the hotel uses a floor wax that smells like a chemical factory." Of een hotel die ook kamers per uur (juistem) verhuurde. Het werd toch het eerste en het viel alles mee. We zijn nog een dag naar een vulkaanmeer gegaan, in dit meer is een klein eilandje waar een bijzondere fauna is. Lekker gevaren in een klein bootje en gewandeld over het eiland.
Onze laatste avond in Pasto kregen we nog materiaalpech. Onze laptop is helaas overleden. De laptop ging uit en startte niet meer op. Er kwam een rare brandlucht uit de computer wat meestal niet zulk goed nieuws is. Het is een beetje vervelend maar geen wereldramp.
Na 2 nachten in Pasto gingen we dan eindelijk Colombia verlaten. Toch hebben we nog en klein omweggetje gemaakt. Eerst met de bus naar Ipiales. In de buurt van Ipiales heb je nog een heel bijzondere kerk dat we graag wilden zien. Wij naar een taxichauffeur en onderhandeld zodat hij ons naar de kerk bracht, daar een uur zou wachten en dan ons naar de grens met Ecuador zou brengen. De vraag is natuurlijk of je dan een taxichauffeur kan vertrouwen of dat hij niet wegrijdt met je tassen want we lijden zoals alle reizigers aan het BSA (backpack serperation anxiety). Gelukkig is het helemaal goed gegaan en hebben wij de hele bijzondere kerk die over een gorge is gebouwd kunnen bekijken.
Daarna heeft de taxichauffeur ons keurig bij de grens afgezet en begint ons Ecuador avontuur...
Dat waren dan alweer 5 weken Colombia. We hebben ruim 9 weken de tijd in Zuid Amerika ende planning was om 3 weken Colombia, 3 weken Ecuador en 3 weken Peru door te brengen. Colombia heeft ons verleid om hier al veel meer tijd door te brengen, waardoor we bijna geen tijd hebben om Peru te zien. We vinden het wel prima en zo langzamer reizen bevalt ons goed. Colombia is een heel erg mooi land dat alleen bekend staat om de slechte verhalen (drugs, guerrilla, ontvoeringen) en daardoor nog niet echt veel toeristen trekt (en bijna geheel geen Amerikanen en in verhouding best veel Nederlanders overigens). Het is een super mooi land met heel erg vriendelijke mensen. Met onze vijf weken hebben we nog steeds maar een klein gedeelte gezien van het land. Je kan ook niet alles zien in een land dat net zo groot is als Frankijk, Spanje en Portugal samen. Daarom hebben wij wat dingen moeten overslaan zoals hele stukken aan de Caribische kust, de Pacifische kust (dat nu nog te onveilig en/of te duur is om te komen), het Amazonegebied, grote stukken Andes en steden als Medellin en Cali. Colombia staat zeker in de top 3 van landen waar ik ooit geweest ben en een hoogtepunt uit onze -al ruim 13 maanden duurdende - reis.
Abonneren op:
Posts (Atom)































