dinsdag 23 november 2010

Qut-to

Weer een kort busritje en we kwamen in Quito aan en vanaf het eerste moment ging het eigenlijk al mis. We sprongen in een taxi met een meter, dus dat leek goed te gaan. Na een minuut was het opeens ´ohoh mijn meter is kapot´. Dat maakte mij niet uit want hij bleef mooi op 35c staan. Hij wilde alleen een veel groter bedrag. Na veel gezeik en gezeur hebben we er uiteindelijk 4 dollar van gemaakt, met een  nare nasmaak van oplichting (een paar dagen later bleek 7 dollar meer reeel te zijn, maar het gevoel bleef). Het hostel, waarvan we al een flyer meesleepte sinds Bogota en waarbij we een reservering online hadden gemaakt, bleek opeens al helemaal volgeboekt te zijn en van onze reservering wisten ze niets. Op dat punt hadden we weer in een taxi moeten springen richting het busstation om verder te reizen.... we kozen voor een ander hostel.

We zaten in de Mariscal buurt, dat volgens onze reisgids "the most dangerous part of Quito" is. Het is een beetje moeilijk in te schatten of het echt zo is als je net aangekomen bent, dus fijn rondlopen voor een ander hostel doe je dan niet echt. We doken een ander hostel in dat goedkope kamers had. Na een korte verkenning van de stad in de regen doken we een eetcafe in voor wat pasta en een bekerwedstrijd van een voetbalteam uit Quito.

Na de wedstrijd en wat biertjes gingen we terug naar ons hostel. In de gedeelde badkamer hadden we al een tamelijk pikant stringetje gevonden en nadat er wat dames heen en weer schuifelde in ons hostel begrepen we dat ons hostel een brede selectie aan ´services´ had. We besloten dan ook maar één nachtje te blijven...



Van de dubieuze mensen in ons hostel hadden we geen last, wel kregen we last van het pastagerecht van Martine. De eerste echte voedselvergiftiging was een feit! Dus een extreem nare nacht voor Martine en een slapeloze nacht voor ons beide. Toch de volgende ochtend naar het volgende hostel gegaan. We waren beide niet echt scherp bij de taxirit die ons veel te veel geld heeft gekost (een zeer exotisch metertje, zeg maar). Het nieuwe hostel, The Secret Garden, was in de oude stad en het personeel was gelukkig heel lief. Ze hadden gelijk een bed voor Martine klaar gemaakt, terwijl de check-in pas over een paar uur zou zijn. Bovendien hadden ze thee tegen een nare buik.

Na een dag en een nacht rust konden we iets meer van de stad zien. Toevallig waren dit de enige paar uren dat het niet regende. Dus de mooie oude stad van Quito bekeken, even in een park in het zonnetje gehangen en op naar de Mariscal om over de winkelstraat van Avenida Amazonas te lopen. Het beloofde een mooie dag te worden...





We moesten nog even langs een internetcafe om wat papieren te printen. We zaten op de achterste 2 computers. Na 20 minuten bleek onze tas, die tussen mijn been en de muur stond verdwenen. Na zoveel maanden voorzichting te zijn, is het ´ze´ toch gelukt. Achteraf bedacht ik me dat ik wel een man in pak achter me had gezien. Maar niets gemerkt of vermoed. Tamelijk knap overigens om de tas daar weg te halen. Er zaten zeker wat dure spullen in (onze verzekering zal blij met ons zijn), maar gelukkig geen dingen als ons geld, creditcards of onze paspoorten.
Dus daarna maar aangifte doen en wat nieuwe spullen kopen als nieuwe tas, reisgidsen en nieuw sd-kaartje voor onze backup camera.  Daarna maar eens goed uit eten gegaan bij een indiaas restaurant om het te verwerken. We wilden daarna eigenlijk gewoon weg uit Quito maar moesten nog te veel dingen regelen als verzekeringspapieren en dergelijke, dat we nog een dag langer moesten blijven. Opeens vertrouw je niemand meer en de persoon die iets te dichtbij je kwam in de tram was zijn leven niet meer zeker.

Het fijnste van Quito was eigenlijk nog het dakterras van het hostel met een fantastisch uitzicht en alle andere reizigers die we daar ontmoet hebben, die 100x ons berovingsverhaal hebben moeten aanhoren.



Kortom na het gezeik met de taxis, de voedselvergiftiging, de eeuwige regen en de beroving is Quito gewoon niet echt onze stad. Onze verkleumde lijfen hadden weer wat warmte nodig en we zijn richting Baños gegaan, een dorp dat bekend is om de verschillende hotsprings en outdooractiviteiten.

woensdag 17 november 2010

Ecuador

Een verdomd makkelijke grensovergang tussen Colombia en Ecuador. Geen grensbewakers die om onduidelijke reden geld vroegen, geen ellelange wachttijden en zelfs vervelende mannetjes als geldwisselaars lieten ons links liggen. Een goedkope taxi bracht ons naar het eerst volgende dorpje waar we in de bus sprongen.

We hadden gehoord dat sommige mensen Ecuador een grote teleurstelling vinden als je uit Colombia komt. We waren benieuwd en reden langzaam over de Panamerikaanse snelweg naar Ibarra. Normaal hebben we niet echt een planning maar we wilden zaterdag in Otovalo zijn, dat is de dag dat daar een grote beroemde markt is. Aangezien we op dinsdag de grens zijn overgegaan moesten we ons een paar dagen vermaken tussen de grens en Otovalo in. Het werd dus Ibarra. Een redelijke grote stad met een koloniaals centrum. Het is niet echt toeristisch en dat vonden we wel prima.



Ibarra werd onverwacht een culinair feestje. De dag dat we aankwamen en hongerig door de straten aan het slenteren waren bleven we hangen bij een oude koeienstal waar je nu een hapje kon eten. We troffen een tapasschotel aan op de kaart en kregen kiloos kaas en liters wijn op onze tafel geserveerd. Niet verkeerd. Ook de volgende dag vonden we grote stukken chocoladetaart met goede koffie. Het enige waar Ibarra een beetje om beroemd is, is het ijs. Vroeger werd dat gemaakt met ijs van de hoge vulkanen uit de buurt, dat ijs is er niet meer maar nog steeds wordt het op een zeer tradionele manier gemaakt. In een koperen schaal en volledig met de hand wordt water en pure vruchtensap heerlijk sorbetijs.





Vanuit Ibarra zijn we nog een dagje naar San Antonio de Ibarra gegaan. Een dorpje dat wereldberoemd (?!) is om het houtsnijwerk. We hebben een beetje geneusd in de winkels en workshops. Fantastische stukken gezien waarbij we zeker een paar stukken hebben gezien die we mee naar huis wilde nemen. Toch had ik geen zin om nog 2 maanden met een stuk hout van 1,5 meter op mijn rug te lopen.


Vanuit Ibarra sprongen we weer in een bus en hobbelde we weer een klein stukje over de Panamerikaanse snelweg. In bijna alle landen waar we geweest zijn, hebben we over deze weg gereden, die van Alaska tot bijna de zuidpool loopt.. In Otovalo hebben we een leuk guesthouse gevonden en het kleine dorpje verkent. Het is op zich niet zo een bijster interesant dorp maar de omgeving met bergen en vulkanen is wel heel mooi. Ook de Otavaleños lopen nog heel veel in kleurrijk klederdracht.
Vanuit Otovalo hebben we dan ook een flink stuk gewandeld. Best pittig als je weer bijna op 3000m zit. Boven op een van de bergen was een opvang voor roofvogels. We hebben daar een vliegshow gezien en vriendjes gemaakt met een Andean Condor. We mochten hem helaas niet mee naar huis nemen.





De belangrijkste reden dat we in Otovalo waren, is de beroemde markt. Deze markt stamt nog uit pre-colombiaanse tijden. Je kan hier vooral veel textiel, houtsnijwerk en ander handgemaakte dingen krijgen. Fantastisch veel kleuren en misschien hebben we wel wat souveniers gekocht :-) Daarnaast ook nog een grote eetmarkt. Ons tegoed gedaan aan verse kaasempanadas, mini maisoliebollen en uiteraard weer verse sapjes.



Het begin van Ecuador is zeker goed bevallen en we hoeven nog zeker niet gillend terug naar Colombia. Nu op naar Quito!

donderdag 11 november 2010

Zuid Colombia

De groene koffievelden achter ons latend zijn we nog meer naar het zuiden getrokken. Nu is Colombia nog niet echt ontdekt door het toerisme, maar het zuiden van Colombia is al helemaal van de begaande paden af. We trokken eerst naar Popayan. Weer een lange zit in de bus voordat we in dit Koloniaalse stadje aankwamen. We hadden nog een lange tussenstop in Cali, de salsa en cosmetische chirurgie hoofdstad van Colombia. Aangezien we niet kunnen dansen en geen botoxje nodig hebben, hebben we alleen het busstation van Cali gezien.

We waren op 1 november in Popayan en het was uitgestroven. Het was een maandag dus niet echt een dag dat alles dicht zou zijn. Waarschijnlijk vierden ze Allerzielen met een vrije dag. Popayan is een redelijk mooi koloniaals dorp met mooie witte huizen. Helaas kon Popayan na zoveel koloniaalse dorpen en steden het afgelopen jaar (San Cristobal, Antigua, Granada, Santo Domingo, Cartagena, Mompos...) niet echt schitteren.






Een vegetarische maaltijd bij een christelijke instelling (lezen jullie wel de bijbel? uh...natuurlijk), een tocht naar een standbeeld boven op de berg voor een mooi uitzicht, 8 rondjes door de stad, film kijken en zelf lekker koken. Zo zou ik de 2 dagen in Popayan kunnen samenvatten. We hadden nog naar de indianenmarkt van Silvia kunnen gaan, maar omdat we in Ecuador ook al van plan zijn naar 1 of 2 markten te gaan willen we daar een overschot in voorkomen. In plaats daarvan hebben na al het wandelgeweld in de koffiezone ook gewoon een beetje uitgerust.


De volgende trip ging naar San Augustin. Nadat de hopeloos verlate bus eindelijk aan kwam rijden zat de bus heel erg vol, en stonden er ook nog eens veel mensen te wachten om het kleine busje in te gaan. Martine was snel de bus ingeglipt om 2 stoelen te claimen. Het werden twee stoelen op de achterste rij. Ik probeerde onze tassen mee te krijgen in de bus. Er moesten ook zakken soja, een bureaustoel, een volledig bed (!) en van iedereen 1 of 2 grote tassen mee. Nu was de bagageruimte niet veel groter dan dat van een Suzuki Alto dus dat werd nog spannend. De chauffeurs waren aan het passen en meten en elke cm2 werd gebruikt. Onze tassen gingen als laatste in de bus, omdat wij niet naar het eindpunt gingen. Dit werd met zoveel geweld in het te kleine plekje geramd dat ik daar niet vrolijk van werd. Zo niet vrolijk, dat ik op een gegeven moment blij was dat ik spaans op de Dominicaanse Republiek heb geleerd. Daardoor bestaat mijn vocabulair grotendeels uit scheldwoorden. Nadat ik klaar was met mijn tirade (en zowaar hij begreep het) deed hij net iets voorzichtiger. Nadat ik me mijn stoel had gewerkt tussen Martine en een Colombiaanse boer begon onze 6,5 uur durende reis over voornamelijk onverharde werg. Er waren niet genoeg stoelen voor iedereen, maar de chauffeur had nog wat klapstoeltjes en die werden in het gangpad gezet zodat er nog 3 mensen extra meekonden. De bus reed zigzaggend om de grootste stenen en gaten te ontwijken. Toch hadden we af en toe vluchtmomenten in de bus waar Hans van Zetten enthousiast over zou worden. Nu was het akelig krap en een lange rit. Toch was het wederom een mooie rit. Verschillende hele grote watervallen gezien en een mooi berglandschap.

In San Augustin hadden we een bijzonder slaapplaats op het oog, dit keer geen pension, hostel of guesthouse. We blijven slapen op een ecoboederij. Op deze boederij staan verschillende hutjes waar je in kan overnachten. We liggen onder een muskietennet want 's nachts stikt het van de beestjes. Handgrote motten, sprinkhanen, torren, muggen en ander geflader. Ook vormen verschillende beesten 's nachts een oorverdovend orkest. Ik vind het heerlijk en slaap prima. Tussen de hutten lopen de paarden, kippen en de grote hondenfamilie met puppies. Er wordt zelf brood, yoghurt en kaas gemaakt op de boederij en bovendien weer een mooi uitzicht over al het groen in de omgeving. We zitten dus niet het dorpje zelf maar daar een paar kilometer buiten, boven op een berg.




De groene heuvels rond San Agustin werden al eeuwen voor de ontdekking van Amerika bewoond door een raadselachtig volk.Hoewel deze cultuur waarschijnlijk al voor de komst van Columbus was verdwenen, staan tot op de dag van vandaag heel veel beelden van dieren en monsters in de buurt van San Agustin. Wij hebben een dagje flink gelopen om deze beelden te bekijken. Ik kon niet voorkomen dat ik de beelden vaak op Pokemonfiguren vond lijken.








We hebben nog een dagje geluierd op de boederij, gelezen, in het zonnetje gelegen en uiteraard lekker gegeten voordat we de volgende dag onze reis weer voortzette. Hoewel voortzetten? We moesten weer terug naar Popayan. dus weer in zo een busje en 6,5 uur over overharde paden. We zaten iets beter dan op de heenweg maar ook nu was de bus weer overvol en moesten er ook nog wat kippen, een haan en een hond mee in de bus.

We wilden vanuit Popayan gelijk door naar Pasto, maar helaas kwamen we pas rond 2 uur aan in Popayan. Er wordt aangeraden om niet in het donker de bus naar Pasto te nemen. Dit keer niet alleen om guerilla´s maar meer voor ´gewone´ bandieten. Aangezien de busrit ongeveer 5 uur duurt, bleven we voor nog een nachtje in Popayan om dan de volgende dag maar naar Pasto te gaan.

Pasto is de laatste stad voor de grens van Ecuador. Ons reisgidsje kon weinig positiefs noemen over de stad maar wij vonden het een prima stadje (met een heerlijk mexicaans restaurant). We hadden niet veel keuze voor een slaapplaats. Het was of een Inn met de volgende beschrijving: "The hot water (a necessity in chilly Pasto) is intermittent, the toilents have no seats, the streetside rooms are noisy, the staff can't be relied on for tourist advice, and the hotel uses a floor wax that smells like a chemical factory." Of een hotel die ook kamers per uur (juistem) verhuurde. Het werd toch het eerste en het viel alles mee. We zijn nog een dag naar een vulkaanmeer gegaan, in dit meer is een klein eilandje waar een bijzondere fauna is. Lekker gevaren in een klein bootje en gewandeld over het eiland.






Onze laatste avond in Pasto kregen we nog materiaalpech. Onze laptop is helaas overleden. De laptop ging uit en startte niet meer op. Er kwam een rare brandlucht uit de computer wat meestal niet zulk goed nieuws is. Het is een beetje vervelend maar geen wereldramp.

Na 2 nachten in Pasto gingen we dan eindelijk Colombia verlaten. Toch hebben we nog en klein omweggetje gemaakt. Eerst met de bus naar Ipiales. In de buurt van Ipiales heb je nog een heel bijzondere kerk dat we graag wilden zien. Wij naar een taxichauffeur en onderhandeld zodat hij ons naar de kerk bracht, daar een uur zou wachten en dan ons naar de grens met Ecuador zou brengen. De vraag is natuurlijk of je dan een taxichauffeur kan vertrouwen of dat hij niet wegrijdt met je tassen want we lijden zoals alle reizigers aan het BSA (backpack serperation anxiety). Gelukkig is het helemaal goed gegaan en hebben wij de hele bijzondere kerk die over een gorge is gebouwd kunnen bekijken.






Daarna heeft de taxichauffeur ons keurig bij de grens afgezet en begint ons Ecuador avontuur...
Dat waren dan alweer 5 weken Colombia. We hebben ruim 9 weken de tijd in Zuid Amerika ende planning was om 3 weken Colombia, 3 weken Ecuador en 3 weken Peru door te brengen. Colombia heeft ons verleid om hier al veel meer tijd door te brengen, waardoor we bijna geen tijd hebben om Peru te zien. We vinden het wel prima en zo langzamer reizen bevalt ons goed. Colombia is een heel erg mooi land dat alleen bekend staat om de slechte verhalen (drugs, guerrilla, ontvoeringen) en daardoor nog niet echt veel toeristen trekt (en bijna geheel geen Amerikanen en in verhouding best veel Nederlanders overigens). Het is een super mooi land met heel erg vriendelijke mensen. Met onze vijf weken hebben we nog steeds maar een klein gedeelte gezien van het land. Je kan ook niet alles zien in een land dat net zo groot is als Frankijk, Spanje en Portugal samen. Daarom hebben wij wat dingen moeten overslaan zoals hele stukken aan de Caribische kust, de Pacifische kust (dat nu nog te onveilig en/of te duur is om te komen), het Amazonegebied, grote stukken Andes en steden als Medellin en Cali. Colombia staat zeker in de top 3 van landen waar ik ooit geweest ben en een hoogtepunt uit onze -al ruim 13 maanden duurdende - reis.